Niet gecategoriseerd

Interview – WSD

By 1 juni 2026No Comments

Interview WSD

Door stagiaire Noor Withaar

Interview WSD
Door stagiaire Noor Withaar

WSD is een brede maatschappelijke organisatie die mensen helpt bij het inburgeren. Dit doen zij onder andere door passend werk te vinden voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en door nieuwkomers te ondersteunen met wekelijkse taallessen en inburgeringscursussen, zoals die worden gegeven bij Spectrum. WSD biedt brede ondersteuning om mensen zo snel mogelijk aansluiting te laten vinden in de Nederlandse samenleving.

Nieuwkomers in Nederland worden zo snel mogelijk geholpen om een spreekvaardig taalniveau te bereiken. Zij starten op niveau Alfa 1, waar zij kennismaken met het alfabet. Vervolgens gaan zij door naar Alfa B, waar zij leren lezen en schrijven. Daarna volgen de niveaus A1 en A2, waarin cursisten steeds zelfredzamer worden in de Nederlandse taal. Tot slot kunnen zij doorstromen naar de niveaus B1 en B2, die een gevorderd taalniveau vertegenwoordigen.

Veel cursisten hebben in hun land van herkomst geen onderwijs gevolgd en moeten daarom vanaf het begin beginnen. Toch zijn zij vaak gemotiveerd en blij met de lessen. Gedurende de cursus worden zij steeds zelfredzamer, zoals docent Marleen aangeeft.

Nieuwkomers volgen doorgaans 800 uur taallessen en doen daarnaast 800 uur werkervaring op. Niveau A geldt vaak als vereiste, waardoor de meeste cursisten na dit niveau uitstromen. Het behalen van dit niveau duurt gemiddeld ongeveer drie jaar. Ondanks de lange duur vinden veel cursisten het jammer om na afloop afscheid te nemen, mede doordat zij tijdens de lessen ook vriendschappen opbouwen.

Aan het begin van de les stromen de cursisten binnen. In deze periode wordt er gesproken over de carnavalsvakantie en de ramadan. Veel cursisten vertellen over hun ervaringen tijdens deze periode.

Een van de lessen wordt gegeven door Marleen, die dertien jaar ervaring heeft in het NT2-onderwijs (Nederlands als tweede taal), waarvan vier jaar bij WSD. Zij vindt vooral de dankbaarheid van de cursisten het mooiste aan haar werk. De cursisten zijn over het algemeen gemotiveerd om de taal te leren. Aan het begin van de les merkt een cursist op dat iedereen vandaag aanwezig is, waarop een ander reageert dat dit komt door de fijne docent.

De les start met een rondje waarin iedereen aangeeft hoe hij of zij zich voelt, aan de hand van vijf emoties op het scherm: heel blij, blij, ontspannen, verdrietig en boos. De meeste cursisten geven aan zich blij of heel blij te voelen. Enkele cursisten kiezen voor ‘verdrietig’ als ze zich ziek voelen; de griep heeft namelijk meerdere cursisten getroffen.

Vervolgens wordt de vraag ‘Wat heb je in de vakantie gedaan?’ besproken. Carnaval komt hierbij vaak ter sprake. Cursisten formuleren hun antwoorden nog vaak met losse werkwoorden; voegwoorden, lidwoorden en bijwoorden ontbreken regelmatig. De docent herhaalt hun zinnen in de juiste vorm en schrijft deze op het bord.

Daarna wordt een nieuw thema geïntroduceerd: wonen. De les bestaat uit verschillende opdrachten die hierop aansluiten.

De eerste opdracht is een tekenopdracht, waarbij cursisten hun huis op papier tekenen. Sommigen schetsen met zachte lijnen, terwijl anderen een liniaal gebruiken om hun huis zo nauwkeurig mogelijk weer te geven. Tijdens het tekenen vertellen zij over hun woning, zoals hun slaapkamer, badkamer of tuin.

Na de pauze volgen video’s en werken de cursisten zelfstandig in hun schriften. Zij schrijven zinnen en koppelen woorden aan afbeeldingen.

Aan het einde van de les nemen de cursisten afscheid en kijken zij uit naar de volgende bijeenkomst.